Home / De positie bepaald

De positie bepaald

Hoe gebruik je een sextant

  Dex Holland biedt gratis opleidingen aan zeevarenden voor...

Lees verder

middagbreedtebepaling will never be “out of date”

Na een forse haal aan zijn grootzeil, wees de...

Lees verder

De GMT(UTC)-tijd aan boord

Zoals in onze vorige blog bleek is het vaststellen...

Lees verder

De plaats van de zon aan de hemel

De Lokale uurhoek   In de vorige blog konden...

Lees verder

De positie bepaald

In de vorige blogs lazen we hoe de benodigde...

Lees verder

De positie bepaald

In de vorige blogs lazen we hoe de benodigde drie componenten om de positie te bepalen gevonden werden. In deze blog leren we deze elementen in te zetten om tot een positie in de kaart te komen.

Nevenstaande tekening geeft een beeld wat de functie van het azimut (noordrichting van de zon) en de hoogtemeting van de zon hierin zijn.

Het principe werkt als volgt: Men bevindt zich in punt m en meet de hoogte van de zon met de sextant. die men later gaat vergelijken met de berekende hoogte (hoe ?: dit komt verderop ter sprake).

 

 

 

 

 

Wat wij nog nodig hebben is de richting van de zon in de kaart, om dit verschil tussen de gemeten- en de berekende hoogte (het
intercept) uit te kunnen zetten. De richting van de zon geven wij net zoals bij de peilingen aan t.o.v. het ware noorden en deze richtig noemt men in de astronomie “azimut”.

Hoe krijgt men de positie in de kaart ?

Stel dat de gemeten hoogte groter is dan de berekende hoogte en heeft men deze bepaald via de rekenmachine, dan handelt men als volgt: Vanuit de gispositie in de kaart zet men dit intercept in de richting van de zon uit. Aan het eind van dit lijnstuk trekt men een loodlijn loodrecht aan deze lijn. Dit is de positielijn waarop men zich ergens bevindt. Alleen moet men nog bepalen waar dit precies is. Dit is te realiseren door een snijding van deze loodlijn met een tweede positielijn te verkrijgen, hetzij door een peiling op een landmerk of boei, hetzij uit een tweede hoogtemeting van de zon tot stand gekomen is als er helemaal niets voorhanden is. Kiest men voor het laatste, dan moet de zon wel een voldoende verandering van azimut gemaakt hebben. Dit betekent dat men minimaal 2 uur moet wachten. De keus valt dan meestal om de eerste meting een uur voor de middag te laten plaatsvinden, omdat de zon rond 12:00 uur, het snelst van azimut verandert.

Hoe vinden we het azimut en het intercept

Het azimut kan men eenvoudig opzoeken in de Sight Reduction Tables, ook wel de HO-249 genoemd, die voor weinig geld aan te schaffen is en zeker een flink aantal jaren mee gaat. Hoe de tafels gebruikt moeten worden staat uitvoerig in de introductie beschreven, maar we de lezer zullen een voorbeeld niet onthouden.

Het azimut via de HO-249 bepalen

In de vorige blog leerde u de Lokale Uurhoek(P) te bepalen en de declinatie gewoon in de almanac op te zoeken. Laten we de benodigde componenten even op een rijtje zetten, dan hebben we:

1 de breedtegraadt

2 de declinatie

3 de Lokale Uurhoek

We starten door eerst alle waarden op gehele graden af te ronden. Daarna kijken we even of decllnatie en breedtegraad gelijknamig zijn d.w.z. beiden noord of beiden zuid. Zijn ze gelijk dan zal men in de HO-249 op de pagina’s “same” zoeken, zo niet dan zoekt men op de pagina’s “contrairy”. Men start het zoeken op de de pagina met de juiste breedtegraad en kijkt darrna in de kolom links of rechts naar de juiste waarde van de uurhoek onder de noemer P. Dan verplaatst men de vinger naar links of rechts en stopt in de kolom waar de juiste waarde van uw declinatie staat. In die kolom staan 3 waarden: “Hc d en Z”. Nu is Z de waarde die u hebben moet, want die staat voor de letter Zenith, wat hier azimut betekent.

Vervolgens leest men links onderaan of links bovenaan de pagina wat u verder moet doen met de Z-waarde om deze de juiste richtig to.v. het ware noorden te geven. De tafel geeft een duidelijke uitleg hierover. Twijfelt men nafloop, dan is er niets aan de hand omdat men aan de hand van een globale kompaspeiling op de zon kunt u controleren of u het allemaal netjes heeft gedaan. Het gehele verhaal neemt maar een paar tellen in beslag.

Het berekenen van de middelpunthoogte van de zon

De voorkeur gaat uit om dit met een rekenmachientje te doen waar de waarden sinus en cosinus op vermeld staan in plaats om met de HO-249 verder te gaan. Het grote voordeel is dat men het intercept direct vanuit de gis kunt uitzetten en dit heel nauwkeurig is vastgesteld. Denk er wel om de 3 waarden b, d en P eerst decimaal te maken en de decimale uitkomst weer terug te zetten naar boogminuten, maar ook dit is niet moeilijk.

De formule is : sin Hc = sin d x sin b + cos d x cos b x cos P

waarbij Hc de berekende hoogte van de zon is, b de breedte van de gis en P de Lokale Uurhoek. Let er ook op dat wanneer de declinatie en de breedte ongelijknamig zijn men het teken van de decliatie negatief neemt (dus bv sin 50o wordt sin - 50o).

Heeft u de Hc berekend, dan alleen nog de gemeten onderrand van de zon omzetten naar het middelpunt van de zon. Als laatste vergelijkt men de waarde met de berekende hoogte (hier heeft men immers het middelpunt van de zon berekend). In de almanac kan men direct aflezen welke correctie men moet bijtellen om van de zon’s onderrand naar het middelpunt van de zon te gaan.

Tot slot:

Het bepalen of het intercept in de kaart, tegen de richting van de zon of in de richting van de zon moet worden uitgezet.

  1. Is de gemeten hoogte groter dan de berekende hoogte gaat men in de richting van de zon.
  2. Is de gemeten hoogte kleiner dan de berekende hoogte, dan gaat men tegen de richting van de zon.

Omdat men in de praktijk tussen de twee metingen met de sextant niet heeft stil gelegen past men in de kaart de volgende constructie toe.

De constructie met verzeiling

Nevenstaande figuur 3 geeft aan hoe de constructie in de kaart gezet wordt.

Men begint in de kaart vanuit de gis een lijn in de richting van het azimut van de zon uit te zetten. Daarna zet men het intercept hier op af en trekt de loodlijn aan het eind van het intercept. Dit punt noemt men H1. Na twee uur gaat men dit punt verplaatsen in de richting en over de gevaren afstand die het schip heeft afgelegd en komt men terecht op H2. Daar herhaalt men de procedure door de tweede meting uit te zetten op dezelfde wijze als men bij de eerste hoogtemeting deed. Door nu de 1e loodlijn evenwijdig te verplaatsen naar punt H2, volgt een snijding met de tweede loodlijn, die u de gewenste positie oplevert.

Top